Rob d B

Van de voorzitter augustus 2018

Rekenrente 

Men heeft mij gevraagd nog eens uit te leggen hoe dat nou zit met die rekenrente. Waarom ons pensioenfonds, dat veel rijker is dan in 2005 en minder verplichtingen heeft dan toen, toch niet mag indexeren.

De wet schrijft voor dat de dekkingsgraad van een pensioenfonds naar marktwaardering moet worden beoordeeld. De dekkingsgraad is de deelsom van het vermogen (de teller) en de contante waarde van de verplichtingen (de noemer). Het vermogen bepalen volgens marktwaardering is eenvoudig: aandelen en obligaties worden dagelijks verkocht op de markten van Wall Street en het Beursplein en onroerend goed kent ook een markt. Voor de contante waarde van de verplichtingen is dat veel moeilijker. Er bestaat geen markt voor verplichtingen van pensioenfondsen. Daarom heeft De Nederlandsche Bank (DNB) vastgesteld dat de verplichtingen gewaardeerd moeten worden alsof ze onherroepelijk en gegarandeerd zijn. Dat lost de vraag nog niet op hoe die waardering dan moet plaatsvinden. Maar nu komt het: DNB eist dat pensioenfondsen net doen alsof ze risicoloos beleggen. Want bij risicoloos beleggen loop je geen risico en dan kun je de uitkeringen garanderen. En voor het berekenen van die risicoloze beleggingen eist DNB toepassing van de interbancaire swaprente, dat is de rente die ontstaat bij dagelijkse transacties tussen banken. Dat is een rente die op dit moment gemiddeld zo’n 1,3% bedraagt, afhankelijk van de looptijd. Het vermogen dat het pensioenfonds nu heeft zal dus in de toekomst tenminste 1,3% moeten opbrengen om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Met andere woorden: als het vermogen 1,3% opbrengt en we berekenen de ontwikkeling van het vermogen tegen dat rendement van 1,3% en we komen dan tot de conclusie dat het vermogen precies genoeg is om aan alle verplichtingen te voldoen, dan is de dekkingsgraad 100%. Ons pensioenfonds heeft maar een toekomstig rendement nodig van 0,7% om aan alle verplichtingen te voldoen. Daarom zie je ook dat ons pensioenfonds een dekkingsgraad heeft van 115%.

Er zitten vijf denkfouten in deze voorschriften van DNB.

Ten eerste: de pensioenuitkeringen zijn niet gegarandeerd. Bij een dekkingsgraad die gedurende lange tijd onder de 100% zit kan er worden gekort op de uitkeringen en de opgebouwde aanspraken. Dat is gelukkig bij ons pensioenfonds nooit gebeurd, maar bij de groot- en de kleinmetaal en bij talloze kleinere fondsen is dat wel gebeurd. Er is dus geen garantie.

Ten tweede: pensioenfondsen hebben niets te maken met de interbancaire swaprente. Al zouden ze willen, ze kunnen niet beleggen in deze vreemde producten die alleen maar toegankelijk zijn voor banken. Als je een risicovrije rente wilt hebben die relevant is voor pensioenfondsen neem dan de rente van overheidsobligaties, bijvoorbeeld een mandje van obligaties in Eurolanden. Overheidsobligaties in Eurolanden niet risicovrij noemen, zoals DNB en de Minister van Sociale Zaken dat doen is niet meer of minder dan een gotspe. Van ons belastinggeld is er voor Griekenland dat dreigde failliet te gaan doordat ze teveel overheidsobligaties hadden uitgegeven een vangnet gevormd. Overheidsobligaties zijn dus veilig gebleken, zelfs in Griekenland.

Ten derde: als je de pensioenfondsen dwingt met een lage rente te werken in de beoordeling van hun financiële gezondheid dan moet je de werkgevers ook dwingen hun premies te berekenen met diezelfde lage rente. Maar neen, dat hoeft dus niet want anders zouden de premies te hoog worden.

Ten vierde: als je door de extreem lage rente risico’s uitsluit, waarom eis je dan nog zo’n enorme buffers? Die buffers zijn helemaal niet nodig als je risicovrij werkt. Vergeet niet dat nationaal een buffer wordt vereist van € 300 miljard vooraleer er volledig mag worden geïndexeerd. Geld dat onttrokken wordt aan de Nederlandse economie, want pensioenfondsen beleggen meer dan 80% van hun vermogen in het buitenland.

Ten vijfde: pensioenfondsen beleggen niet risicovrij. De relevante rente is eerder 6% of 7%, het gemiddelde rendement over de laatste twintig jaar. Uit voorzichtigheid moet je daar misschien wat afhalen en als je dan ook de inflatie nog incalculeert dan heb je een rente van net onder de 3%, zoals inderdaad ook bij de premie wordt gebruikt. Ons pensioenfonds zou dan een dekkingsgraad van 130% hebben en zou gewoon volledig kunnen indexeren en zelfs beginnen aan de inhaalindexatie.

U ziet, redenen genoeg om eens achter je oren te krabben of we wel goed bezig zijn met die lage rekenrente. In een conceptakkoord dat werkgevers en werknemers hebben bereikt over de toekomst van het pensioenstelsel hebben ze allereerst duidelijk gemaakt dat niemand meer op enige zekerheid mag rekenen, als dat in het verleden al het geval mocht zijn geweest. De inleg staat vast maar je mag als deelnemer of gepensioneerde niet rekenen op de toegezegde uitkering. Dat heet in de terminologie van het pensioen een regeling waarvan de bijdragen wel vaststaan maar de uitkomst niet (defined contribution) terwijl vroeger werd uitgegaan van een zekerheid rond de uitkering (defined benefit). Maar Minister Koolmees heeft al duidelijk gemaakt dat zelfs dan nog steeds met die lage, risicovrije rente moet worden gewerkt. Het is interessant en belangwekkend om kennis te nemen van de beweegredenen van Minister Koolmees. Hij is van mening dat bij een verhoging van de rekenrente de wijze waarop het vermogen wordt verdeeld tussen oud en jong wijzigt ten nadele van de jongeren. Dat is juist, maar kennelijk vond Minister Koolmees het geen enkel probleem om het vermogen te herverdelen ten nadele van de gepensioneerden toen de rente de afgelopen jaren steeds verder daalde. Minister Koolmees wijkt in deze opvatting ook af van het oordeel van de President van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot. Een Minister die jongeren zo belangrijk vindt dat hij het doorgaans ultraconservatieve oordeel van Klaas Knot nog te lichtzinnig vindt, dat hadden we nog niet eerder meegemaakt.

De Koepel van Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden (KNVG) waarvan wij lid zijn, overweegt nu, met andere ouderenorganisaties, een rechtszaak aan te spannen, waarin de Staat wordt aangeklaagd voor het feit dat hij zijn eigen wetten niet naleeft. De manier waarop de marktwaardering van verplichtingen in de praktijk wordt toegepast is een aanfluiting. Wij ondersteunen deze actie. Het moet maar eens duidelijk worden dat gepensioneerden en ook deelnemers aan pensioenfondsen vastgeketend zitten aan een ondeugdelijke berekeningswijze. Daardoor wordt geld, dat hun toekomt, opgepot. Voor wie? Duidelijk is dat Minister Koolmees dat geld bestemd heeft voor de jongeren. Maar het was toch ons geld? Ons uitgestelde loon? Als we dat geld nu niet krijgen worden in de toekomst de pensioenen van jongeren gratis, want dan kunnen ze uit onze nagelaten ruif eten. Dat is opvoedkundig uitermate onverstandig, jongeren moeten hun eigen broek ophouden bij het pensioen. De overheid moet zijn fouten toegeven, desnoods op gezag van de rechter.

Rob de Brouwer

Inlogformulier

Lees voor u gaat registreren: Uitleg registreren en inloggen (hiernaast)