Rob d B

Van de voorzitter.

Zijn we eruit?

Wouter Koolmees, onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had een lach van oor tot oor op zijn gezicht. “We zijn eruit” zei hij, doelend op het resultaat van negen jaar discussiëren over een nieuw pensioenstelsel. Er was een pensioenakkoord tot stand gekomen, waar alleen nog het ledenparlement van de FNV mee moest instemmen.

 En na een ruime meerderheid bij het onder alle leden gehouden referendum werd het ook door de werknemers-vertegenwoordigers aanvaard.
Wat betekent het nieuwe akkoord voor ons, gepensioneerden van Hoogovens/Corus/Tata Steel? Het belangrijkste is dat in de toekomst geen buffers meer moeten worden aangehouden. Komt het pensioenfonds met zijn dekkingsgraad boven de honderd, dan mag dat meerdere, gespreid over tien jaar, worden uitgedeeld. Daar staat tegenover dat bij een dekkingsgraad onder de honderd het ontbrekende deel moet worden ingehaald door korting op de uitkering, ook gespreid over tien jaar.
Het komt neer op het volgende:  

 Bij de huidige dekkingsgraad van 109,2 (eind mei 2019) wordt het pensioen verhoogd met 0,92%.
Zou in 2020 het netto overrendement bijvoorbeeld 3 procent zijn dan stijgt de dekkingsgraad van 108,3 (109,2 min 0,92) naar 112,3 en is de stijging vanaf 2021 1,23%. Maar zouden de beurzen scherp dalen en verliest SPH meer dan 8,3% t.o.v. het vorige jaar en komt de dekkingsgraad bijvoorbeeld op 98,5 dan wordt de pensioenuitkering gekort met 0,15%.

 Hier heeft u meteen het enige min of meer positieve resultaat van de onderhandelingen. Voor actieve deelnemers is dan nog van belang dat de pensioenleeftijd twee jaar wordt bevroren op 66 jaar en vier maanden en daarna langzamer gaat stijgen vergeleken met het huidige beleid.

 Voor de rest is er alleen slecht nieuws. De premies moeten omhoog, want de rekenrente blijft laag en de premies mogen niet meer worden gedempt. De rekenrente komt nog lager te liggen dan nu het geval is want een Commissie onder leiding van voormalig Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem adviseerde een verlaging van de rekenrente en De Nederlandsche Bank nam dat advies onmiddellijk over. Verder wordt in het akkoord afgesproken de doorsneepremie af te schaffen. Beter gezegd: in de toekomst krijgen jongere deelnemers voor de premie die voor hen wordt afgedragen een hoger opbouwpercentage van hun pensioenrechten dan oudere deelnemers.
Men noemt dat de degressieve opbouw. Dat zou het probleem dat jongere deelnemers meebetalen aan de rechten van oudere deelnemers oplossen.  Je zou zeggen dat gepensioneerden niets te maken hebben met zo’n besluit, want het gaat alleen over deelnemers die nog actief zijn en die nog premie betalen. Maar bij de overgang naar de degressieve opbouw ontstaat een nadeel voor deelnemers die in de oude situatie de huidige opbouw kregen en in de toekomst geconfronteerd worden met een lagere opbouw. Zij zullen over de 47 jaar die ze tot hun pensioen opbouwen nooit het gewenste niveau bereiken van ruim 88% van hun middelloon. Want ze krijgen vanaf de ingangsdatum van dit nieuwe stelsel niet meer 1,875% per jaar, maar minder. In het akkoord is afgesproken dat dit nadeel moet worden gecompenseerd. Compensatie moet betaald worden uit de premie en uit de buffer. Daar gaat je buffer! Even los van het feit dat de meeste gepensioneerden in Nederland in een pensioenfonds zitten zonder buffers.

 In het akkoord is ook vastgelegd dat in het nieuwe stelsel het beleggingsbeleid zal worden gevoerd volgens het lifecycle principe. Dat wil zeggen dat voor jongere deelnemers vooral zal worden geïnvesteerd in risicovolle producten zoals aandelen en voor ouderen en gepensioneerden wordt in obligaties geïnvesteerd. Het is de bedoeling dat de resultaten van die investeringen ook aan die leeftijdscategorieën worden toegewezen. Op zijn best brengen obligaties op dit moment niets op. Vergeet die indexatie dus maar. De essentie van ons huidige stelsel, de solidariteit tussen deelnemers en gepensioneerden, wordt bij het grof vuil gezet.

 Werknemers die met pensioen gaan mogen 10% van de waarde van hun pensioenrechten in een keer opnemen. Dat lijkt gunstig voor betrokkenen, maar het heeft vervelende bijwerkingen. Het is een variant op een hoog-laag pensioen dat we nu al kennen. Gepensioneerden die daar destijds voor hebben gekozen weten dat in ruil voor de hogere uitkering in de eerste jaren, de lagere uitkering daarna tegenvalt. Maar de opname ineens van 10% kan natuurlijk van pas komen als je bijvoorbeeld schulden hebt die je wilt aflossen. Hou er wel rekening mee dat de enige die echt profiteert van deze regeling de fiscus is.

 Het zal de deelnemers in het bijzonder raken dat het nieuwe pensioen het karakter heeft van een beschikbare premieregeling. Dat zal betekenen dat de opbouw wordt verlaagd als de door de werkgever toegezegde premie ontoereikend is.  

Conclusie:
Dit akkoord is een monster met vele koppen en er zitten weinig knappe koppen bij. Als het onverkort zou worden ingevoerd dan zullen we er nooit meer iets bij krijgen.

 De roze olifant die midden op de vergadertafel zat, zit daar nog steeds: we barsten uit onze voegen met het kapitaal dat door alle deelnemers bij elkaar is gespaard en dat voldoende is om ons een gegarandeerd welvaartsvast pensioen te geven. Ga maar na: SPH beheerde voor ons ruim € 5 miljard in 2006 en kon fluitend indexeren. Nu, ruim twaalf jaar later, wordt bijna € 9 miljard aan belegde middelen beheerd en dreigen we het uitzicht op indexatie volledig te verliezen. De enige troost die we hebben is dat we niet in een pensioenfonds zoals het ABP zitten. Die hebben nu een dekkingsgraad van 96,2% en dat zal door Dijsselbloem alleen maar slechter worden. Dat pensioenakkoord zou toch kortingen voorkomen? Nou, vergeet het maar, gepensioneerde ambtenaren, jullie zijn de Sjaak!­­­­­­­­­­

 Er is nog wel een lichtpuntje: het akkoord moet worden uitgewerkt in een Stuurgroep, zodat in 2021 wetgeving tot stand kan komen waarna het geheel in 2022 in werking kan treden. Mijn voorspelling: het gaat vastlopen in die Stuurgroep.

Rob de Brouwer, juli 2019

 

Inlogformulier

Lees voor u gaat registreren: Uitleg registreren en inloggen (hiernaast)

Onthoud mij